1. Home
  2.   Onderwerpen
  3.   Verpleging en langdurige zorg
  4. Zorg voor mensen met een beperking

Zorg voor mensen met een beperking

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) controleert de veiligheid en kwaliteit van zorg voor mensen met een beperking. Wetgeving bepaalt waar de inspectie toezicht op houdt. Voor de veiligheid en kwaliteit van deze zorg gelden wettelijke regels en beroepsnormen. Zorgaanbieders en zorgpersoneel moeten zich tijdens hun werk aan deze regels en normen houden. Hoe de cliënt de zorg ervaart weegt ook mee als het om kwaliteit van zorg gaat. De inspectie heeft haar toezicht aangepast om cliëntervaringen van mensen met een beperking te kunnen toetsen.

Wat doet de inspectie?

Een team van 15 inspecteurs houdt toezicht op aanbieders van deze zorg volgens de Wet langdurige zorg (Wlz). Nederland telt ongeveer 250 aanbieders van Wlz zorg voor mensen met een beperking. Deze zorgaanbieders kunnen erg van elkaar verschillen. Er is ook veel variatie in de vorm en zwaarte van zorg voor mensen met een beperking. Bijvoorbeeld:

  • intramuraal en extramuraal
  • kleinschalig of grootschalig
  • wonen of dagbesteding

Sinds 1 januari 2016 houdt ook toezicht volgens de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Het gaat dan om aanbieders van ‘andere zorg’.


Naar boven

Bij wie gaat de inspectie op bezoek?

De inspectie bezoekt zorgaanbieders waar de kans groot is dat de veiligheid en kwaliteit van zorg gevaar loopt. Om dit in beeld te krijgen gebruikt de inspectie verschillende informatiebronnen:

  • jaarverslagen maatschappelijke verantwoording van zorgaanbieders
  • cliënten-, verwanten en ondernemingsraden
  • cliëntervaringen
  • informatie van eerdere inspectiebezoeken
  • meldingen die de inspectie ontvangt

Deze informatiebronnen kunnen aanleiding zijn om de zorgaanbieder te bezoeken. Dit heet risicotoezicht.

Ernstige meldingen over een zorgaanbieder kunnen ook aanleiding zijn voor inspectiebezoek. Dit heet incidententoezicht. Soms komen we in ons werk calamiteiten tegen waarvan we het belangrijk vinden om deze onder de aandacht van de mensen in de zorg te brengen. Ook in de zorg voor mensen met een beperking. Meer hierover is te lezen op de pagina ‘Leren van calamiteiten.’


Naar boven

Zo beoordeelt de inspectie de kwaliteit

Inspecteurs kijken of mensen met een beperking zorg krijgen die goed is en veilig. En de inspecteurs kijken ook of de zorg persoonsgericht is. Hiervoor gebruiken ze vanaf 1 april 2017 een nieuw toetsingskader. Hierin staat waar de inspecteurs onder andere naar kijken tijdens een inspectiebezoek.

De inspecteurs proberen een beeld te krijgen hoe op een locatie of binnen een afdeling geleefd en gewerkt wordt. De inspecteurs zijn daarom voor een groot deel van de dag op de afdelingen of in de woningen aanwezig. In verschillende situaties observeren de inspecteurs cliënten en medewerkers. Er wordt bijvoorbeeld in de huiskamer gekeken hoe cliënten worden aangesproken en hoe het contact tussen de cliënten en zorgmedewerkers is. Ook kijken inspecteurs naar de inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen en de reden daarvoor. Daarnaast praten de inspecteurs met de medewerkers.
De inspecteurs letten tijdens het bezoek op de volgende drie onderwerpen:

  • Is de zorg persoonsgericht?
    Heeft de cliënt de regie en wordt hij daarbij ondersteund door zijn naasten en de zorgmedewerkers? Is het startpunt: wat wil de cliënt? Kent de zorgverlener de cliënt, kent hij zijn geschiedenis, weet hij wat de cliënt belangrijk vindt en wat de cliënt niet wil? Hoe is de relatie tussen cliënt en zorgverlener? Wordt er goed geluisterd naar de cliënt en zijn naasten?
  • Is de zorgverlener deskundig? En worden zorgverleners goed ingezet?
    Hebben de zorgverleners voldoende kennis en vaardigheden om de juiste zorg te bieden die nodig is? Krijgen ze voldoende scholing? Werken ze volgens de juiste richtlijnen? Past de samenstelling van het personeel bij de cliënten die worden begeleid?
    Daarnaast is een belangrijk punt voor de inspectie: een veilig werkklimaat. De inspectie onderzoekt of de zorgmedewerkers zich voldoende veilig voelen (en dat ook bespreekbaar kunnen maken) om open te kijken naar de manier waarop ze zorg leveren. Wat is de kwaliteit van de geleverde zorg? Ondersteunt de zorgaanbieder de medewerkers zodat ze kunnen leren van successen, (bijna)incidenten, (bijna)fouten en klachten?
  • Wordt er goed op kwaliteit en veiligheid gestuurd?
    Voor goede zorg is goed management een belangrijke voorwaarde. Het management stuurt op de kwaliteit van zorg. Onvoldoende sturing door het management betekent dat er in de dagelijkse zorg dingen mis kunnen gaan die zorgmedewerkers niet altijd kunnen voorkomen. De zorgaanbieder zorgt ervoor dat er methodisch wordt gewerkt. Methodisch werken houdt in dat er wordt gewerkt volgens de Plan-Do-Check-Act -cyclus: een terugkerend patroon van planning, uitvoering, controle en bijstelling van werkzaamheden.
    Ook kijken de inspecteurs of de zorgaanbieder voldoende aandacht heeft voor de cultuur binnen de organisatie. Hoe open is de cultuur? Mogen medewerkers fouten maken en krijgen ze de kans daarvan te leren? En te verbeteren?

Soms vindt de inspecteur het belangrijk een onderwerp uitgebreider te onderzoeken. Bijvoorbeeld: medicatieveiligheid, vrijheidsbeperking, hygiëne. Binnenkort is hier per onderwerp te vinden waar de inspecteur dan onder andere naar kijkt.

Meer lezen?
Hier vindt u het volledige toetsingskader (pdf-bestand, 390 kB) en een verklaring voor de gebruikte begrippen (pdf-bestand, 400 kB) in het toetsingskader. Voor meer uitleg zien ook een infographic over het toetsingskader (pdf-bestand, 109 kB).

Wat de kwaliteit van zorg is, wordt niet bepaald door de inspectie, maar door de zorgverleners en zorgaanbieders zelf. Het zorgveld zelf bepaalt wat de minimum kwaliteit is en de inspectie controleert of iedereen zich hieraan houdt.

Meer informatie

Naar boven

Onderzoek ‘Kun je leven zoals je wilt?’

We hebben in 2016 en 2017 bij 38 zorgorganisaties getoetst of cliënten hun leven kunnen leven zoals zij dat willen. En of ze hierbij goed worden ondersteund door zorgorganisaties.
Uit het onderzoek bleek dat de meeste cliënten bij de getoetste zorgorganisaties zeggen inderdaad te kunnen leven zoals zij dat willen. Zij worden daarbij op zich goed ondersteund door de zorgorganisaties. Wel roept de inspectie zorgorganisaties op om:

  • ervoor te zorgen dat er genoeg tijd is voor begeleiders om tussendoor gesprekken te voeren met cliënten; 
  • ondersteuningsplannen begrijpelijker te maken; 
  • (nog) meer aandacht te besteden aan zelfstandigheid van cliënten; 
  • steeds te blijven kijken of dingen die een cliënt niet kan of mag op een andere manier opgelost kunnen worden.

Zie ook deze factsheet met de belangrijkste resultaten uit het onderzoek en het nieuwsbericht over het onderzoek.

Extra aandacht voor cliëntgerichtheid in het toezicht

Video | 17-07-2017

Wil je meer weten over dit onderzoek? Kijk dan onderstaand filmpje! Inspecteur Kees de Kok in gesprek met Melinda en Rita over het onderzoek van de inspectie.

Extra aandacht voor cliëntgerichtheid in het toezicht
  • Uitgeschreven tekst

    MANNENSTEM: Wat vind jij belangrijk?
    Goed leven.
    VOICE-OVER: De Inspectie voor de Gezondheidszorg kijkt of mensen met een beperking goede zorg krijgen.
    En of ze kunnen leven zoals ze dat willen.
    Bij 38 zorgorganisaties hebben we dit onderzocht.
    De Inspectie let op vier dingen.
    Wordt er goed naar jou geluisterd?
    Kun je zelf bij iemand op bezoek gaan?
    Kun je zelf kiezen en krijg je hulp bij moeilijke keuzes?
    Heb je samen met je begeleiders het ondersteuningsplan gemaakt?
    KEES DE KOK: We zijn met de Inspectie bezig om te kijken of jij je leven kunt leven zoals jij dat zelf graag wilt. Heb jij altijd in de bakkerij gewerkt?
    MELINDA JANSEN: Nee.
    DE KOK: Wat heb je daarvoor gedaan?

    (Melinda Jansen:)

    Op de crèche.
    -Oké.
    En wilde je toen veranderen van werk?
    Omdat je...
    -Nee, was... Ja, ander werk wilde ik.
    En kun je daar iets over vertellen, of je zelf daarin een keuze hebt gemaakt.
    Nee, dat heb ik zelf gedaan. Het was genoeg met kinderen.
    Daar had je een beetje genoeg van?
    -Ja.
    Zijn er bepaalde afspraken die je hier in huis...
    Ja, als je weggaat, moet je zeggen dat je weggaat.
    Oké, even je afmelden.
    -Ja.
    Maar hoelang je dan wegblijft...
    -Dat maakt niet veel uit.
    Als je weg bent, moet je het gewoon zeggen en dan...
    VOICE-OVER: Uit het onderzoek blijkt dat je meestal kan leven zoals je wil.
    Maar de Inspectie ziet ook dat er meer mogelijk is en verwacht dat jouw zorgorganisatie dat oppakt.
    En heb je het gevoel dat er ook, als jij ergens mee zit als je iets moeilijk vindt, dat er naar jou geluisterd wordt?
    RITA GIJSBERTSE: Ja, dan kun je naar die persoon toe lopen en zeggen van: Zou je alsjeblieft even met me mee kunnen lopen dan kunnen we het even bespreken.
    En gebeurt dat, of...
    -Dan gebeurt dat, ja.
    Want als je nou, zeg maar, voor jezelf nadenkt wat je graag zou willen doen wat is dan wat je het allerleukste zou vinden?
    Euh, ja, eigenlijk wel 'n beetje, ja, gezelschap om je heen, hè, en euh, ja...
    In een team.
    -Ja.
    En als je het hebt over bezoek ontvangen, zelf, op je eigen appartement kun je dat ook zelf regelen?
    -Dat moet je zelf regelen. Privé, hè.
    Dat noem je privé? Daar bemoeit de begeleiding zich niet mee? Oké.
    Iedereen is welkom.
    -Iedereen is welkom.
    Ja, ik heb weleens een vriendje gehad, ja. Ja.
    Werd je daarbij, zeg maar, gecoacht? Of moest je dat zelf uitzoeken?
    Nee, die had ik zelf...
    Die had je zelf gevonden.
    -Ja.
    Helemaal goed. Ja, ja, ja.
    Waar heb je het dan over onder het koken?
    -Over koetjes en kalfjes.
    Gewoon over de leuke dingen die je hebt meegemaakt, over het werk.
    Niets over de moeilijke dingen. Nee.
    VOICE-OVER: Cliënten en hun begeleiders ervaren niet altijd genoeg tijd om het over koetjes en kalfjes te hebben.
    DE KOK: En het ondersteuningsplan, weet je wat dat is?
    Of het zorgplan? Ik weet niet, hoe noemen jullie dat?
    Het zorgplan.
    -Zorgplan.
    Het is niet altijd zo dat iedereen het ondersteuningsplan helemaal kent, hè maar jij weet wel wat er in jouw ondersteuningsplan staat?
    Ja, van vroeger.
    -Heb je dat opgeschreven of...
    Nee, dat staat in het zorgplan van vroeger en van nu.
    Oké. En met wie bespreek jij dat?
    Met Anouk en m'n ouders, verder niemand.
    -Nee, precies.
    En kun je er iets over vertellen, wat erin staat?

    (Melinda denkt even na.)

    Doelen hebben we. Koken. En zwemmen.
    Oké. Wat is dan jouw doel met koken? Dat je...
    Dat het gezellig is.
    -Dat het gezellig is.
    Alleen vind ik niet leuk. Jij wel?
    -Nee, eigenlijk ook niet.
    Zou je nog iets kunnen zeggen over hoe jij je nou voelt hier, in het Jagerhuis?
    Nou, gewoon lekker op m'n gemak.
    VOICE-OVER: Uit het onderzoek blijkt dat de meeste cliënten kunnen leven zoals ze willen.
    Maar de Inspectie ziet ook dat er meer mogelijk is en verwacht dat zorgaanbieders daar werk van maken.
    Als jouw begeleiders je bijvoorbeeld leren om zelfstandig te reizen kun je je familie en vrienden vaker zien.
    Ook vindt de Inspectie het belangrijk dat je tussendoor met je begeleiders kan praten.
    Verder kan het ondersteuningsplan vaak begrijpelijker geschreven worden.
    Tot slot vindt de Inspectie het belangrijk dat je goed met je begeleiders kan praten over moeilijke keuzes.
    Meer informatie over het onderzoek vind je op www.igz.nl.

    (Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Inspectie voor de Gezondheidszorg. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het beeld wordt blauw met wit. Beeldtekst: Dit was een productie van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Copyright 2017.)

Naar boven

Wat als de zorg onvoldoende is?

De inspectie kan een maatregel opleggen als zij oordeelt dat de zorg onvoldoende is. Of als er door zwakke plekken in de zorg een te groot risico op schade voor patiënten is. De zorg moet veilig zijn én persoonsgericht, beide wegen mee.

Naar boven

Toetsingscriteria voor een Bopz-aanmerking

Wanneer een zorginstelling voor mensen met een beperking een Bopz-aanmerking aanvraagt bij het ministerie van VWS, vraagt het ministerie altijd schriftelijk advies aan de inspectie. Voor het opstellen van dit advies legt de inspectie vaak een bezoek af aan de betreffende afdeling, locatie of instelling.

Zij toetst of de instelling voldoet aan de noodzakelijke randvoorwaarden om verantwoorde gedwongen zorg te kunnen bieden. Dit doet zij aan de hand van toetsingscriteria die in dit document (pdf-bestand, 208 kB) zijn vastgelegd.

Naar boven

Toezicht verandert

Er verandert veel in de zorg voor mensen met een beperking. De wensen van de cliënt staan centraal. Hoe de cliënt de zorg ervaart is een onderwerp waar de inspectie naar kijkt. Inspecteurs maken sinds dit jaar gebruik van SOFI. Dit is een methode om cliëntervaringen van mensen met een beperking te observeren en kwaliteit van zorg te toetsen.

Zorgaanbieders controleren steeds vaker van de kwaliteit en veiligheid van zorg die zij zelf leveren. Het toezicht van de inspectie richt zich daarom ook meer op het versterken van deze ontwikkeling.

Verder blijft de inspectie aandacht houden voor disfunctioneren, medicatieveiligheid en de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.

Meer informatie

Naar boven

Inspecteur Gehandicaptenzorg

‘We houden toezicht op de kwaliteit en veiligheid van zorg voor mensen met een beperking. Dit toezicht start zodra ik over de drempel van een zorgaanbieder stap. Om een goed beeld te krijgen over de kwaliteit en veiligheid van zorg heb ik contact met iedereen die hierbij betrokken is: de cliënt zelf, familie en/ of vertegenwoordigers, de zorgprofessionals, managers en de bestuurder.'

Angela Backx

Maatwerk
‘Zorg voor mensen met een beperking is zeer complexe zorg. De beperkingen waardoor mensen afhankelijk zijn van zorg kunnen erg verschillen. Er zijn mensen met een verstandelijke beperking, mensen met een lichamelijke beperking, mensen met zintuiglijke beperking en mensen met meervoudige beperkingen. De aandoeningen en daarmee dus ook de zorgbehoeften zijn erg divers. Er is ook veel variatie in het soort aanbieders van deze zorg. Van kleinschalige zorgboerderij, tot een middelgrote zorgaanbieder met meerdere locaties, tot grote organisaties met veel cliënten en uitgebreide faciliteiten. Zorg voor mensen met een beperking, maar ook het toezicht daarop blijft daarom maatwerk.’

Cliëntervaringen
‘Maatwerk betekent dat de kwaliteit en veiligheid van zorg die zorgaanbieders leveren past bij de behoeften van de cliënt. In het toezicht op de gehandicaptenzorg kan de inspectie verschillende methoden gebruiken om de zorg te toetsen. Ik ben blij met de ontwikkeling dat cliëntervaringen een belangrijk onderdeel is van kwaliteit van zorg. Er zijn mensen met een beperking voor wie de kwaliteit van zorg bijna gelijk is aan kwaliteit van bestaan. Deze mensen kunnen niet goed voor zichzelf opkomen en zijn vaak volledig afhankelijk van zorgprofessionals. Zij hebben familie en of vertegenwoordigers nodig om hun belangen te behartigen. Juist bij deze afhankelijke mensen is het belangrijk om te toetsen hoe zij hun zorg ervaren. Inmiddels doe ik dit aan de hand van SOFI. Met deze observatiemethode kan ik de ervaringen van deze cliënten meenemen in mijn oordeel over de kwaliteit van zorg.’

Leren en verbeteren
‘Een andere positieve ontwikkeling vind ik dat we als inspectie steeds meer de eigen verantwoordelijkheid en het lerend vermogen van zorgaanbieders aanspreken. We stimuleren zorgaanbieders om meer van elkaar te leren en waar mogelijk zijn onze maatregelen vooral gericht op het verbeteren van de kwaliteit. Zorgaanbieders moeten zelf de intrinsieke motivatie hebben om kwalitatief goede- en veilige zorg te bieden, niet alleen omdat het van de inspectie moet. Helaas blijven situaties bestaan waarin we stevige maatregelen moeten nemen en dat doen we dan ook.'

‘Mijn drijfveer als inspecteur is om op te komen voor het recht op kwalitatief goede en veilige zorg voor kwetsbare cliënten. Juist omdat ze zo afhankelijk zijn van anderen. Ik hoop met mijn werk een bijdrage te leveren aan hun kwaliteit van leven.’

Angela Backx, senior inspecteur gehandicaptenzorg

Naar boven