1. Home
  2.   Onderwerpen
  3.   Verpleging en langdurige zorg
  4. Verpleegzorg voor ouderen

Verpleegzorg voor ouderen

De Inspectie voor de Gezondheidszorg kijkt bij de zorg voor ouderen of de zorg veilig is. Ook kijkt de inspectie of de zorg van voldoende kwaliteit is. Zorgverleners en zorgaanbieders hebben zelf afgesproken waar goede zorg aan moet voldoen. Zij hebben hierover afspraken gemaakt. De inspectie kijkt of de zorg aan ouderen ook op deze manier wordt verleend. Is dat niet het geval? Dan neemt de inspectie maatregelen. We vinden het belangrijk dat er geleerd en verbeterd wordt. Momenteel verandert er veel in de ouderenzorg. De zorg moet nog steeds veilig zijn, maar de wensen van de oudere zelf komen steeds meer centraal te staan. Hoe de persoon deze zorg ervaart, maakt voortaan onderdeel uit van de kwaliteit. De inspectie moet dus anders gaan controleren. Hoe houdt de inspectie eigenlijk toezicht? Hoe controleert ze de zorg en wat gaat er veranderen?

Op wie houdt de inspectie toezicht?

Ouderen die 24 uur per dag iemand in de buurt nodig hebben, krijgen zorg op basis van de Wet langdurige zorg. Dit kan binnen een instelling, zoals een verpleeghuis, maar ook steeds vaker thuis.

Ruim 160.000 ouderen krijgen deze intensieve zorg. In Nederland zijn er veel zorgaanbieders die deze zorg bieden. Sommige zorgaanbieders zijn groot en sommige zijn klein. Zo zijn er zorgboerderijen met 10 cliënten en er zijn grote zorgconcerns met 500 cliënten. Al deze zorg staat onder toezicht van de inspectie.

Wijkverpleging
Ouderen die minder zorg nodig hebben, kunnen (medische) zorg thuis krijgen, zoals verpleging en persoonlijke verzorging. Dat heet wijkverpleging. Ouderen kunnen deze zorg aanvragen bij de zorgverzekeraar. Ook de zorg die deze zorgaanbieders leveren, staat onder toezicht van de inspectie.

Zorg via gemeente valt niet onder inspectie
Ouderen kunnen ook zorg nodig hebben, die niet medisch is. Voorbeelden hiervan zijn begeleiding, dagbesteding zoals knutselen in het wijkcentrum en beschermd wonen.

Deze zorg valt onder de Wet maatschappelijke ondersteuning. Ouderen kunnen deze zorg sinds 1 januari 2015 aanvragen bij de gemeente. De gemeente houdt toezicht op deze begeleiding, de inspectie doet dat niet meer.



Naar boven

Bij wie gaat de inspectie op bezoek?

Dagelijks zorgen 250.000 zorgverleners bij 700 zorgaanbieders voor 550.000 ouderen. De inspectie heeft 35 inspecteurs om de ouderenzorg te controleren. Dat betekent dat de inspectie niet overal op bezoek kan gaan. Ze moet keuzes maken.

Daarom verzamelt de inspectie van alle zorgaanbieders veel gegevens. De inspectie verzamelt bijvoorbeeld klantervaringen, gegevens van eerdere bezoeken en meldingen die eventueel zijn binnengekomen bij de inspectie. Maar ook bedrijfsgegevens waaruit blijkt hoe het financieel gaat. Gaat het financieel slecht met een zorgaanbieder, dan gaat vaak de kwaliteit van zorg achteruit.

Ook kan de inspectie vragenlijsten sturen naar zorgaanbieders om bepaalde informatie te verzamelen. De inspectie stuurde najaar 2016 een vragenlijst naar de instellingen die verpleegzorg geven. Voorbeelden van vragen op deze lijst zijn:

  • Schrijven zorgmedewerkers in het cliëntdossier goed op welke zorg een cliënt nodig heeft?
  • Worden vrijheidsbeperkende maatregelen geëvalueerd?
  • Heeft een tandarts binnen zes weken na opname de mondgezondheid gecontroleerd van die bewoner
  • Gebruikt een verpleeghuis klachten van cliënten of familie om de zorg te verbeteren?

Dit zijn indicatoren die de inspectie mede gebruikt om in te schatten hoe veilig en goed de zorg in een zorginstelling is.

De inspectie maakt de antwoorden op deze vragen openbaar. Dit doet ze op verzoek van het ministerie van VWS, het zorginstituut, de zorgverzekeraars, de patiëntenorganisaties en de brancheorganisaties uit de ouderenzorg (Actiz en BTN). Deze organisaties vinden het allemaal belangrijk dat deze informatie openbaar wordt. Op die manier kan beter worden geleerd en verbetert de zorg. De vragen en antwoorden per zorginstelling staan hier.

Ook doen zorgaanbieders zelf onderzoek. Ze onderzoeken bijvoorbeeld of medewerkers werken volgens gemaakte afspraken. Of het goed gaat of beter kan. Deze onderzoeken worden gedeeld met de inspectie.

  • De inspectie analyseert deze gegevens en gaat op bezoek bij die instellingen die op papier het minst goed scoren. Dit heet risicogestuurd-toezicht.
  • Daarnaast komt de inspectie op bezoek als er ernstige meldingen bij haar binnenkomen. Dit heet incidententoezicht.

Zie ook het overzicht met rapportages van inspectiebezoeken aan ouderenzorginstellingen. Het gaat om de bezoeken tot drie jaar geleden.


Naar boven

Zo beoordeelt de inspectie de kwaliteit

Inspecteurs kijken of ouderen zorg krijgen die goed is en veilig. En de inspecteurs kijken ook of de zorg persoonsgericht is. Hiervoor gebruikt de IGZ sinds 12 maart 2017 een nieuw toetsingskader. Hierin staat waar de inspecteurs onder andere naar kijken tijdens een inspectiebezoek.
De inspecteurs proberen een beeld te krijgen hoe op een locatie of binnen een afdeling geleefd en gewerkt wordt. De inspecteurs zijn daarom voor een groot deel van de dag op de afdelingen of in de woningen aanwezig. In verschillende situaties observeren de inspecteurs cliënten en medewerkers. Er wordt bijvoorbeeld in de huiskamer gekeken hoe cliënten worden aangesproken en hoe het contact tussen de cliënten en zorgmedewerkers is. Ook kijken inspecteurs naar de inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen en de reden daarvoor. Daarnaast praten de inspecteurs met de medewerkers.
De inspecteurs letten tijdens het bezoek op de volgende drie onderwerpen:             

  • Is de zorg persoonsgericht? 
    Heeft de cliënt de regie en wordt hij daarbij ondersteund door zijn naasten en de zorgmedewerkers? Is het startpunt: wat wil de cliënt? Kent de zorgverlener de cliënt, kent hij zijn geschiedenis, weet hij wat de cliënt belangrijk vindt en wat de cliënt niet wil? Hoe is de relatie tussen cliënt en zorgverlener? Wordt er goed geluisterd naar de cliënt en zijn naasten? 
  • Is de zorgverlener deskundig? En worden zorgverleners goed ingezet? 
    Hebben de zorgverleners voldoende kennis en vaardigheden om de juiste zorg te bieden die nodig is? Krijgen ze voldoende scholing? Werken ze volgens de juiste richtlijnen? Past de samenstelling van het personeel bij de cliënten voor wie wordt gezorgd?
    Daarnaast is een belangrijk punt voor de inspectie: een veilig werkklimaat. De inspectie onderzoekt of de zorgmedewerkers zich voldoende veilig voelen om open te kijken op de manier waarop ze zorg leveren. Wat is de kwaliteit van de geleverde zorg? Is de zorg persoonsgericht of kan dat nog beter? Ondersteunt de zorgaanbieder de medewerkers zodat ze kunnen leren van successen, (bijna)incidenten, (bijna)fouten en klachten? 
  • Wordt er goed op kwaliteit en veiligheid gestuurd? 
    Voor goede zorg is goed management een belangrijke voorwaarde. Het management stuurt op alle voorwaarden die bijdragen aan de kwaliteit van zorg. Onvoldoende sturing door het management betekent dat er in de dagelijkse zorg dingen mis kunnen gaan die zorgmedewerkers niet altijd kunnen voorkomen. De zorgaanbieder zorgt ervoor dat er methodisch wordt gewerkt. Methodisch werken houdt in dat er wordt gewerkt volgens de Plan-Do-Check-Act -cyclus: een terugkerend patroon van planning, uitvoering, controle en bijstelling van werkzaamheden.
    Ook kijken de inspecteurs of de zorgaanbieder voldoende aandacht heeft voor de cultuur binnen de organisatie. Hoe open is de cultuur? Mogen medewerkers fouten maken en krijgen ze de kans daarvan te leren? En te verbeteren?

Soms vindt de inspecteur het belangrijk een onderwerp uitgebreider te onderzoeken. Bijvoorbeeld: medicatieveiligheid, vrijheidsbeperking, hygiëne.

Meer weten? 
In de zomer gaat de inspectie samen met de zorgsector het nieuwe toetsingskader evalueren. Bekeken wordt of dit toetsingskader goed toetst of de verpleeghuiszorg van voldoende kwaliteit is én persoonsgericht, en hoe we het eventueel kunnen verbeteren. De inspectie gaat de sector vaker om feedback vragen over de manier waarop ze toezicht houdt.

Hier vindt u het volledige toetsingskader (pdf-bestand, 390 kB) en een verklaring voor de gebruikte begrippen (pdf-bestand, 400 kB) in het toetsingskader. Voor meer uitleg zie ook een infographic over het toetsingskader (pdf-bestand, 109 kB) en deze lijst met veelgestelde vragen (FAQ) hierover.

De kwaliteit in de zorg wordt niet bepaald door de inspectie, maar door de zorgverleners en zorgaanbieders zelf. Het zorgveld zelf bepaalt wat de minimum kwaliteit is en de inspectie controleert of iedereen zich hieraan houdt.

Meer informatie

Naar boven

Wat als de zorg onvoldoende is?

De inspectie kan een maatregel opleggen als zij oordeelt dat de zorg onvoldoende is. Of als er door zwakke plekken in de zorg een te groot risico op schade voor patiënten is. De zorg moet veilig zijn én persoonsgericht, beide wegen even zwaar. Maar dat de zorg persoonsgericht moet zijn, is nieuw. Net als de norm hoeveel personeel op een groep staat. Zorgaanbieders hebben tijd nodig om hieraan te voldoen.


Naar boven

Toezicht verandert

De ouderenzorg verandert. De wensen van de oudere zelf komen steeds meer centraal te staan. De zorg die nodig is, wordt vaker op maat geleverd. Natuurlijk moet deze zorg veilig zijn. Maar ook hoe de persoon deze zorg ervaart, maakt voortaan onderdeel uit van de kwaliteit. Zorgverleners en zorgaanbieders maken hiervoor nieuwe afspraken waar goede en veilige zorg aan moet voldoen. De inspectie moet dus anders gaan kijken of zij zich straks aan de nieuwe afspraken houden.

Daarom is ze een groot project gestart onder leiding van een eigen hoofdinspecteur, Anja Jonkers. In dit project ontwikkelt de inspectie nieuwe manieren die inspecteurs helpen bij het beoordelen of er voldoende geluisterd wordt naar de wensen van de persoon die zorg nodig heeft.

Dementie
De inspectie is bijvoorbeeld vorig jaar gestart met een nieuwe manier van beoordelen van zorg aan demente ouderen. Dat doet ze onder andere door op een bepaalde manier te observeren. Ouderen met dementie kunnen vaak moeilijk zelf aangeven wat hun wensen zijn. Met dit observatie-hulpmiddel krijgt de inspecteur een beter beeld hoe een individuele cliënt met dementie de zorg ervaart.

Naar boven

Zo houdt de inspectie de komende jaren toezicht

Mensen komen tegenwoordig met een veel zwaardere zorgvraag in het verpleeghuis wonen. Bovendien verwachten ze dat de zorg meer op hen is gericht. De inspectie verandert met deze ontwikkelingen mee. Daarom heeft ze een nieuwe visie geschreven: ‘Zo houdt de inspectie de komende jaren toezicht op de verpleeg(huis)zorg’.

Voorop stond, en blijft staan, dat de zorg kwalitatief goed en veilig moet zijn: de basiszorg dient gewoonweg op orde te zijn. Daarbovenop komt dat de zorg persoonsgericht moet zijn. De inspectie gaat de komende jaren extra aandacht geven aan toezicht op de persoonsgerichte zorg.

De inspectie vindt dat de zorgsector de komende periode al haar energie moet steken in:

  • basiszorg op orde;
  • persoonsgerichte zorg.

Om te controleren of de zorgsector deze doelen bereikt en vasthoudt, gaat de inspectie de komende jaren extra aandacht geven aan:

  • de manier waarop bestuurders sturen op kwaliteit en veiligheid;
  • kennis en kunde van de medewerkers.

Naar boven

Proef met gezamenlijk toezicht IGZ en Inspectie SZW in ouderenzorg

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de Inspectie SZW hebben gezamenlijk twintig toezichtbezoeken afgelegd bij afdelingen psychogeriatrie in verpleeghuizen. Deze samenwerking is een proef. Lees in deze factsheet hoe zo’n inspectiebezoek eruit ziet en wat de ervaringen zijn van de bezochte zorgaanbieders en de inspecteurs.

Naar boven

Extra aandacht voor medicatieveiligheid

Sinds enkele jaren is medicatieveiligheid een vast onderdeel van het toezicht op de ouderenzorg. Dat heeft ervoor gezorgd dat zorgaanbieders al veel hebben verbeterd op dit gebied. Op 4 juli 2016 verscheen de Eindrapportage toezicht IGZ op 150 verpleegzorginstellingen. Daaruit bleek dat er toch ook nog veel te verbeteren is op het gebied van medicatieveiligheid.

Daarom vraagt de IGZ de sector hier opnieuw extra aandacht voor. In eerste instantie geldt dat voor de 11 organisaties waarover de grootste zorgen bestonden. Maar daarnaast is de oproep bedoeld voor de hele ouderenzorg.

In de tweede helft van 2016 gaat de inspectie gerichter toezicht houden op de medicatieveiligheid in de ouderenzorg. Alle normen voor medicatieveiligheid blijven belangrijk. Maar bij het toezicht richt de inspectie zich in deze periode vooral op drie onderwerpen:

  1. Een actueel medicatieoverzicht. 
  2. Het veilig en verantwoord bewaren van medicijnen. 
  3. Controle door twee medewerkers, het zogenaamde dubbel paraferen.

Klik hier voor een toelichting (pdf-bestand, 455 kB).

Naar boven

Update lijst 150 verpleegzorginstellingen

In oktober 2016 heeft de inspectie een nieuwe stand van zaken van de 150 verpleegzorginstellingen gepubliceerd waarop zij de afgelopen periode toezicht hield. Tegelijk heeft de inspectie  de stand van zaken gegeven van de medicatieveiligheid in de 11 zorginstellingen.

Naar boven

Inspecteur aan het werk

Inspecteurs komen meestal met zijn tweeën op bezoek en laten vaak niet van tevoren weten dat ze komen. Bij binnenkomst, legitimeren ze zich eerst, zodat de instelling weet dat het echt om inspecteurs van de Inspectie voor de Gezondheidszorg gaat. Daarna vragen ze naar de verantwoordelijke manager. Het kan zijn dat de locatiemanager of een teamleider op dat moment niet aanwezig is. Dan wordt gesproken met een medewerker die op dat moment de verantwoordelijkheid heeft.

De inspecteurs bezoeken altijd een aantal woningen/ afdelingen, zoveel mogelijk zonder de zorgverlening te verstoren. Ze stellen vragen aan medewerkers, cliënten en/ of familieleden, artsen, bestuurders en de cliëntenraad. Omgekeerd kunnen natuurlijk ook vragen aan de inspecteurs worden gesteld. Het bezoek duurt enkele uren.

Voordat de inspecteurs vertrekken, vertellen ze in het slotgesprek hun eerste indrukken. Binnen 4 weken krijgt de instelling het eerste rapport van de inspecteurs. De instelling kan hierop reageren als ze vindt dat feiten niet kloppen. De inspectie kijkt hier naar en maakt daarna een definitief rapport. Tussen het bezoek en het definitieve rapport zit maximaal 8 weken.


Naar boven

Hoofdinspecteur Verpleegzorg

De ouderenzorg verandert. De inspectie moet dus mee veranderen. Daarom is ze een groot project gestart. In dit project ontwikkelt de inspectie nieuwe manieren die inspecteurs helpt beoordelen of er voldoende geluisterd wordt naar de wensen van de persoon die zorg nodig heeft. Het project wordt geleid door hoofdinspecteur Anja Jonkers.

Hoofdinspecteur Verpleegzorg Anja Jonkers
Naar boven

"Dit project is mij op het lijf geschreven. Zoals velen vind ik dat mensen recht hebben op zorg die goed is van kwaliteit. Zorg moet gewoon goed en veilig zijn. Maar wat zeker zo belangrijk is, is dat mensen het recht hebben om als mens gezien te worden. Of je nu voor onderzoek in een ziekenhuis bent, bij de huisarts of in een verpleeghuis woont. Je hebt bepaalde gebreken of een ziekte, maar je bent níet die ziekte of gebreken.

Steeds meer ouderen krijgen helaas te maken met dementie. Een nare ziekte, waarbij in de laatste fase de zorg heel moeilijk is. Ouderen met vergevorderde dementie worden vaak niet begrepen. Ze zijn soms agressief of prikkelbaar, nukkig. Dat roept weerstand op. Maar ook zij moeten als mensen gezien blijven worden.

In verpleeghuizen wonen steeds meer mensen met dementie. Hierdoor is de verpleegzorg de laatste jaren veel ingewikkelder geworden. Alleen zijn we als maatschappij de mensen die in de verpleegzorg werken een beetje vergeten. Lang is gedacht: ‘Dat kan allemaal wel’. Maar we zijn aan de grenzen gekomen. Daarom schreven wij in 2014 het rapport Verbetering van de kwaliteit van de ouderenzorg gaat langzaam.

Staatssecretaris Van Rijn schreef vlak daarna het plan Waardigheid en trots, liefdevolle zorg voor onze ouderen om de verpleegzorg te verbeteren. Dat plan bestaat uit twee delen. De wensen en behoeften van de mens die zorg nodig heeft, moeten in de zorg centraal staan: waardigheid. En de zorg die met deze persoon (of familie) wordt afgesproken wordt met plezier geleverd door verzorgers, verpleegkundigen en artsen. Met trots.

Dat zijn goede, maar ook grote veranderingen, die veel vragen van zorgverleners, zorgaanbieders, maar ook van ons. Dagelijks zijn inspecteurs in gesprek met zorgverleners en aanbieders. Samen gaat het ons lukken om de zorg beter te organiseren en naar de wensen van de ouderen, daar heb ik alle vertrouwen in."

Naar boven