1. Home
  2.   Onderwerpen
  3.   Toezicht en handhaving
  4.   Meldcode geweld en mishandeling
  5. Toezicht op gebruik meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Toezicht en handhavingToezicht op gebruik meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Geweld in afhankelijkheidsrelaties is een veelvoorkomend probleem in onze maatschappij. Gezien de individuele en maatschappelijke gevolgen moet de signalering van het geweld zo vroeg mogelijk plaatsvinden en tot een adequate verwijzing en aanpak leiden.

Dit kan alleen in de gezondheidszorg als zorgmedewerkers de kennis en vaardigheden hebben en de noodzakelijke randvoorwaarden vervuld zijn om mishandeling te signaleren, bespreekbaar te maken en aan te pakken. Zorgmedewerkers moeten werken volgens de voor hun beroepsgroepensector geldende meldcode(s) huiselijk geweld en/of kindermishandeling. Ook moeten zij hierin geschoold zijn.

De Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) draagt alle aanbieders van zorg op om een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vast te stellen. Zij kunnen hiervoor gebruik maken van het basismodel meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Wat doet de IGZ?

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) onderzoekt al een aantal jaar of gezondheidszorgsectoren zich voldoende inzetten voor de aanpak van dit probleem. Dat begon met onderzoek naar de signalering van kindermishandeling op de spoedeisende hulp afdelingen van ziekenhuizen (SEH), op de huisartsenposten (HAP) en bij de jeugdgezondheidszorg. Omdat het veld zelf geen norm ontwikkelde, stelde de inspectie in 2009 zelf een norm op. Het uitgangspunt voor de inspectie was signalering van kindermishandeling op de SEH’s en HAP’s moest verbeteren. Dat moesten ze doen onder andere door signaleringsinstrumenten te gebruiken en door het aanstellen van een aandachtfunctionaris die medewerkers ondersteunt bij het signaleren en zo nodig het nemen van vervolgstappen.

Sinds 2012 onderzoekt de IGZ ook in andere sectoren van de gezondheidszorg of zij werken met een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, of die meldcodes de juiste stappen bevatten en of het personeel geschoold is in het gebruik van deze meldcode.

Meer informatie

Standpunt IGZ over onterechte signalering kindermishandeling

Niet alle signalen die een zorgverlener met een signaleringsinstrument ontdekt blijken te wijzen op kindermishandeling. Dat kan voor de betrokken kinderen en ouders veel onterechte onrust en ongerustheid veroorzaken.

De inspectie vindt dat hulpverleners professioneel met signaleringen om moeten gaan. Een signalering moet het startpunt zijn van verdere gesprekken met kinderen en ouders. Zo nodig moet de zorgverlener nader onderzoek inzetten. Bij een ernstig vermoeden van mishandeling of aangetoonde mishandeling, moet een melding bij Veilig Thuis volgen.

Vermoedens goed onderzoeken en zo snel mogelijk ontzenuwen wanneer blijkt dat geen sprake is van mishandeling, is nodig voor het verlenen van goede zorg. Uitgaan van het ergste (kindermishandeling) en uitkomen op een minder erg probleem is beter dan uitgaan van geen probleem en daarmee een mishandeld kind over het hoofd te zien.

De inspectie ziet in haar toezicht nog te vaak dat een verwonding afgedaan wordt als een ongelukje. Terwijl wellicht uit de context en de herhaling van “ongelukjes” een beeld van verwaarlozing naar voren kan komen. De inspectie blijft daarom aandacht vragen voor de signalering, met de best beschikbare methoden, en stimuleert de ontwikkeling van beter instrumentarium. De inspectie vindt dat het signaleren van kindermishandeling beter kan en moet.

Ontwikkelingen in signalering van mishandeling

De ontwikkelingen op het gebied van signalering staan niet stil. De IGZ zag in haar toezicht bij de ziekenhuizen dat het aantal meldingen bij Veilig Thuis toenam, nadat zij hier aandacht voor vroeg in diverse toezichtonderzoeken. Ook stelde het veld een norm op, werden richtlijnen gemaakt en werd wetenschappelijk onderzoek gedaan. In de jeugdgezondheidszorg is na diverse toezichtonderzoeken door het veld een actieplan opgesteld om kindermishandeling beter te signaleren en aan te pakken.

Extra toezicht eind 2016

In november en december 2016 heeft de IGZ dienstdoende hulpverleners telefonisch geïnterviewd over hoe zij de meldcode(s) huiselijk geweld en/of kindermishandeling gebruiken. Resultaat van de telefonische uitvraag van de inspectie is vooral het in kaart brengen of zorgmedewerkers volgens de meldcode(s) werken. Dit draagt bij aan extra bewustzijn voor het belang ervan.

Zie voor meer informatie dit nieuwsbericht over het onderzoek en deze vragen en antwoorden over het toezicht meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (pdf-bestand, 145 kB).

Extra toezicht 2017

In 2017 komt de IGZ met het rapport over het toezicht van eind 2016. Daarnaast ontwikkelt de IGZ een module over dit onderwerp voor alle bezoekinstrumenten van de IGZ en gaat de IGZ in overleg met het veld na wat verder nog ontwikkeld kan en moet worden om de signalering en aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld te verbeteren.

Zie voor meer informatie ook het onderwerp Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling op www.rijksoverheid.nl.

Betrokken organisaties

Bij het signaleren door zorgverleners van geweld in afhankelijkheidsrelaties zijn verschillende organisaties betrokken: