1. Home
  2.   Onderwerpen
  3.   Verpleging en langdurige zorg
  4. Zorg thuis

Zorg thuis

Toezicht op de zorg thuis in het veranderend zorglandschap

De zorg thuis is in de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Mensen blijven langer thuis wonen, ook als zij intensieve zorg en ondersteuning nodig hebben. Daarnaast worden mensen minder snel opgenomen in een zorginstelling of ziekenhuis en gaan na een opname sneller naar huis. Om aan te sluiten bij de veranderingen in het zorglandschap vernieuwt de inspectie haar toezicht op de zorg thuis.

Toetsingskaders

De inspectie heeft twee toetsingskaders ontwikkeld. Een belangrijk uitgangspunt in beide kaders is dat de kwaliteit en veiligheid van de zorg thuis is benaderd vanuit het perspectief van cliënten.

  1. Met het toetsingskader ‘Toezicht op de zorg thuis’ kijkt de inspectie naar de verpleging en verzorging thuis door de wijkverpleging. Dit kan kortdurende (intensieve) zorg zijn, maar ook langdurige en chronische zorg.
  2. Met het toetsingskader ‘Toezicht op netwerken in de zorg thuis’ kijkt de inspectie naar netwerken van zorg- en hulpverleners rondom cliënten thuis. De samenwerking en samenhang in deze netwerken is belangrijk voor de kwaliteit van de zorg thuis.

Bij de vernieuwing van het toezicht op de zorg thuis sprak de inspectie met brancheorganisaties, beroepsgroepen en cliëntorganisaties. Ook raadpleegde de inspectie verschillende deskundigen. De ontwikkelde toetsingskaders sluiten aan bij de veranderingen in de zorg thuis. Beide toetsingskaders zijn in de praktijk getest.

Vanaf 2017 zijn de nieuwe toetsingskaders leidend bij het toezicht van de inspectie op de zorg thuis. Omdat de zorg thuis nog sterk in ontwikkeling is, bekijkt de inspectie regelmatig of het vernieuwde toezicht goed aansluit op de zorgpraktijk. Wanneer blijkt dat het nodig is, stelt de inspectie de manier van toezicht houden bij.

Natalie en Angelique

Interview over ontwikkeling nieuw toezicht zorg thuis
Lees ook dit interview (pdf-bestand, 1,1 MB) met projectleider Angelique Schoemakers en mevrouw Bommelje, directeur van Evita Zorg.


Naar boven

Toezicht op de zorg thuis

De inspectie wil met haar toezicht bevorderen dat de cliënt thuis goede en veilige zorg krijgt. De specifieke rol en taak van de wijkverpleegkundige en de zorgvuldigheid in het zorgproces staan centraal in het toezicht op de zorg thuis. Hierbij kijkt de inspectie naar vijf thema’s:
  1. Cliënt centraal
  2. Integrale zorg
  3. Veiligheid
  4. Professionele autonomie van de wijkverpleegkundige
  5. Sturen op kwaliteit

Het toetsingskader bevat de normen en criteria waarop de inspectie toetst. De normen en toetsingscriteria zijn gebaseerd op wetgeving of veld- en beroepsnormen.

Hoe ziet het reguliere toezicht op de zorg thuis eruit?
Een inspectiebezoek aan een thuiszorginstelling duurt twee dagen. Eerst spreekt de inspectie het bestuur van de thuiszorginstelling. Vervolgens voeren inspecteurs gesprekken met medewerkers en vergezellen zij verpleegkundigen of verzorgenden tijdens hun route. Er is ruim aandacht voor hoe cliënten de zorg ervaren. Dat komt aan bod tijdens de gesprekken met cliënten en mantelzorgers thuis, waar ook het zorgdossier wordt ingezien. Aan het einde van de tweede dag verneemt het bestuur de bevindingen en het voorlopige oordeel van de inspecteurs. Het inspectierapport over de instelling zal, zodra het definitief is, te zien zijn op de website van de inspectie.

Zorg thuis is zorg die in de thuissituatie van de client wordt gegeven. Dit kan kortdurende (intensieve) zorg zijn, zoals ziekenhuisverplaatste zorg, maar ook langdurige zorg. De zorg kan worden gefinancierd vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz) in de vorm van volledig pakket thuis of modulair pakket thuis. De laatste jaren is er een aanzienlijke groei aan nieuwe thuiszorgorganisaties. Er is een grote diversiteit aan organisaties die zorg thuis bieden.


Naar boven

Toezicht op netwerken in de zorg thuis

De inspectie wil met haar toezicht de samenwerking en samenhang in de zorg thuis bevorderen. Mensen die langdurig (intensieve) zorg en ondersteuning thuis krijgen hebben vaak te maken met verschillende zorg- en hulpverleners vanuit verschillende organisaties. Daarnaast zijn mantelzorgers en soms ook vrijwilligers betrokken. Zij vormen samen het ‘netwerk’ rondom de cliënt. De samenwerking tussen de zorg- en hulpverleners onderling en de afstemming met mantelzorg is belangrijk voor goede zorg. Bij het toezicht op netwerken in de zorg thuis kijkt de inspectie naar vier thema’s:

  1. Client centraal
  2. Integrale zorg
  3. Mantelzorgers en vrijwilligers
  4. Veiligheid

Het toetsingskader bevat de normen en criteria waarop de inspectie toetst. De normen en toetsingscriteria zijn gebaseerd op wetgeving of veld- en beroepsnormen.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning aan burgers, bijvoorbeeld begeleiding, dagbesteding, hulp bij het huishouden of beschermd wonen. Dit valt onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) . De inspectie houdt hier geen toezicht op, dit doet de gemeentelijke toezichthouder. Waar nodig en mogelijk werkt de inspectie samen met de gemeentelijke toezichthouder.

Zie ook deze schematische weergave van het toezicht op netwerken in de zorg thuis (klik op de afbeelding voor een vergroting, deze opent in een nieuw venster):

Schematische weergave Netwerken in de zorg thuis


Naar boven

Extra toezicht gebruik meldcode geweld en mishandeling

In november en december 2016 interviewt de IGZ zorgaanbieders en hulpverleners telefonisch over hoe zij de meldcode(s) huiselijk geweld en/of kindermishandeling gebruiken. Geweld in afhankelijkheidsrelaties is namelijk een veelvoorkomend probleem in onze maatschappij. Door de meldcode goed te gebruiken, kunnen zorgverleners geweld zo vroeg mogelijk signaleren en adequaat verwijzen of de situatie aanpakken.
Meer over het toezicht op het gebruik van de meldcode(s) door zorgverleners.


Naar boven

Uitvraag indicatoren 2016

De inspectie vraagt de indicatoren Verpleging en Verzorging en Zorg thuis over verslagjaar 2015 net als in 2014 zelf uit. Zij doet dit, omdat de 3 veldpartijen (zorgaanbieders, zorggebruikers en zorgverzekeraars) voor Verpleging, Verzorging en Zorg thuis nog geen gezamenlijke indicatoren hebben bepaald.
Daarnaast hebben deze veldpartijen ook nog geen gezamenlijk gedragen uitvraag gerealiseerd. Aangezien de IGZ voor haar toezichtstaken wel over informatie moet beschikken, vraagt zij over verslagjaar 2015 zelf de indicatoren uit die zij nodig heeft voor haar risicogestuurd toezicht.

De set zorginhoudelijke indicatoren bevat nagenoeg dezelfde vragen als in 2014. In plaats van vragen over aandacht voor handhygiëne stelt de inspectie dit jaar vragen over mondzorg. Op verzoek van de taskforce 'waardigheid en trots' heeft de inspectie ook vragen toegevoegd over veiligheid.
Meer informatie op de pagina Uitvraag indicatoren verslagjaar 2015.

Naar boven