1. Home
  2.   Onderwerpen
  3.   Toezicht en handhaving
  4.   Wetten
  5.   Wet BIG
  6. Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG)

Toezicht en handhavingWet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG)

De Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) moet de kwaliteit bevorderen van de zorg die beroepsbeoefenaren leveren. De wet is ook bedoeld om patiënten of cliënten te beschermen tegen ondeskundig of onzorgvuldig handelen van individuele zorgverleners.

Apothekers, artsen, fysiotherapeuten, gezondheidszorgpsychologen, psychotherapeuten, tandartsen, verloskundigen en verpleegkundigen zijn verplicht zich te registreren in het BIG-register. Alleen zorgverleners die in het register staan mogen een beschermde titel voeren zoals die in de wet staat genoemd. De inspectie houdt toezicht op de opleidingsverplichting die medische beroepsbeoefenaren hebben om hun vakkennis op peil te houden. Daarnaast controleert de inspectie de naleving van artikel 40 uit de Wet BIG. Daarin staat onder andere dat een individuele medische beroepsbeoefenaar verantwoorde zorg moet leveren en aan kwaliteitsbewaking moet doen.

Meer informatie

Een beschermde titel gebruiken na uitschrijving BIG-register

Veel zorgverleners willen ook na uitschrijving uit het BIG-register hun voormalige titel blijven gebruiken. Volgens de wet BIG mag een voormalige titel alleen worden gebruikt als de zorgverlener zijn of haar herregistratie heeft laten verlopen vanwege het niet voldoen aan de eisen van scholing en/of werkervaring. De voorwaarde die aan het gebruiken van een voormalige titel wordt gesteld, is dat aan de voormalige titel de term <niet praktiserend> wordt toegevoegd. De term niet praktiserend dient altijd voluit te worden geschreven. Dit is wettelijk verplicht. Een voorbeeld van het juiste gebruik van een voormalige titel is: de heer X, arts niet praktiserend.

Alleen zoals hierboven is beschreven mag een voormalige titel worden gebruikt. In de praktijk wordt de term niet praktiserend door voormalige zorgverleners echter vaak afgekort naar np of n.p. Deze afkortingen van de term niet praktiserend zijn wettelijk gezien niet toegestaan. Het gebruik van een voormalige titel met toevoeging van deze afkortingen wordt door de inspectie gezien als een vorm van titelmisbruik. Bij titelmisbruik kan de inspectie direct een bestuurlijke boete opleggen. Wees er als voormalig zorgverlener dus van bewust hoe u uw voormalige titel wettelijk gezien mag gebruiken.

Afspraken over titelvoering van de titels ‘tandarts’, ‘orthodontist’ etc.

De titel ‘orthodontist’ is wettelijk beschermd en voorbehouden aan diegenen die zijn ingeschreven in het register bij de RTS, het specialistenregister. Aan alle anderen is het in Nederland verboden deze titel te voeren, ook als zij in sommige landen buiten Nederland gerechtigd zouden zijn deze titel wel te voeren. Bij titelmisbruik kan de inspectie direct een bestuurlijke boete opleggen.

Tandartsen die (vooral) orthodontie bedrijven, maar die niet als orthodontist staan ingeschreven in het specialistenregister, mogen zichzelf uitsluitend aanduiden als: ‘tandarts voor orthodontie’.
Bij iedere vorm van publiciteit voor de praktijk en/of daarin werkende behandelaar(s), dus zowel op de website, op al het briefpapier en overige correspondentie van de praktijk, moet uitdrukkelijk vermeld worden of het om een tandarts(en)- dan wel orthodontist(en)praktijk gaat.