1. Home
  2.   Onderwerpen
  3.   Curatieve gezondheidszorg
  4.   Medicatieveiligheid
  5. Focus op verantwoord voorschrijven

MedicatieveiligheidFocus op verantwoord voorschrijven

De afgelopen jaren heeft de inspectie in het toezicht op medicatieveiligheid al veel aandacht besteed aan de rol van de apotheker en aan het toezicht op fabrikanten van geneesmiddelen. Voor 2017 ligt vanuit de inspectie de focus op de voorschrijver. De patiënt moet kunnen vertrouwen op veilig voorgeschreven medicatie, daarom richt de inspectie zich zorgbreed op de voorwaarden voor verantwoord voorschrijven. Concreet gaat het om: duidelijkheid voor de patiënt over regie en verantwoordelijkheid, het actueel medicatieoverzicht, de medicatiebeoordeling en de elektronische medicatiebewaking. De inspectie maakt deze keuze omdat medicatiefouten die bij het voorschrijven worden gemaakt, vervolgens doorwerken in de hele keten.

Hoe ziet het toezicht eruit

De inspectie houdt op 2 manieren toezicht op  verantwoord voorschrijven. 

  1. De eerste is risicogestuurd toezicht in alle domeinen van de gezondheidszorg. 
  2. Daarnaast gaat de inspectie bij het optreden van een calamiteit na of de voorschrijver de richtlijnen (zie hieronder) heeft gevolgd. Ook bekijkt de inspectie of de voorschrijver voldoende maatregelen heeft getroffen om op een veilige manier medicatie voor te schrijven.

Het toezicht op de voorwaarden voor verantwoord voorschrijven is een van de prioriteiten van de inspectie. De werktitel die de inspectie hierbij hanteert is ‘Toezicht op Rationele Farmacotherapie (RFT)’ of ook wel ‘Toezicht op de voorwaarden voor verantwoord voorschrijven’.

Op basis van het wettelijk kader en de richtlijnen van de zorgsector zelf gaat de inspectie toezien op de volgende 4 voorwaarden:

Naar boven

Richtlijnen van de zorgsector

De verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van normen voor medicatieveiligheid bij voorschrijven ligt bij de zorgsector zelf. Zorgaanbieders, koepelorganisaties en patiënten moeten samen uitmaken wat verantwoorde zorg is. Dit legt de sector vervolgens vast in normen en richtlijnen.

De inspectie gebruikt bij het toezicht in ieder geval de volgende richtlijnen:

  • Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’ (2008) en ‘toelichting’ (2015)
  • Handreiking Verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg (2010)
  • Multidisciplinaire richtlijn ‘Polyfarmacie bij Ouderen’ (2012)
  • Veilige principes in de medicatieketen (2012) en addendum (2014)
  • Richtlijn ‘Elektronisch voorschrijven’ (2013)
Naar boven

Zorgbreed verschillende accenten

Het toezicht heeft een eenduidige aanpak: de inspectie toetst in alle domeinen van de gezondheidszorg de 4 genoemde voorwaarden. Daarnaast bestaat het toezicht ook uit maatwerk, want elk domein in de gezondheidszorg heeft eigen specifieke kenmerken. IGZ richt zich steeds op de meest risicovolle situaties en wil maximaal effect bereiken door gerichte toezichtactiviteiten.
De hierboven genoemde richtlijnen gebruikt de inspectie voor het zorgbrede toezicht in de verschillende domeinen:

  • De eerstelijnsgezondheidszorg 
  • De medisch specialistische zorg
  • De geestelijke gezondheidszorg (GGZ)
  • Het domein verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT)

Omdat verschillende domeinen in een verschillende fase zitten voor wat betreft de invoering van een richtlijn, zijn er verschillende accenten in het toezicht.

Naar boven

Generiek toetsingskander

Het generieke toetsingskader (pdf-bestand, 47 kB) voor het toezicht op medicatieveiligheid is vastgesteld. Hierin staan de normen voor verantwoord voorschrijven.

Naar boven

Samen werken aan veilig voorschrijven

Op 16 januari 2017 heeft de IGZ het rapport 'Veilig voorschrijven moet beter' gepubliceerd. Zie ook het nieuwsbericht 'Samen werken aan veilig voorschrijven'.

Naar boven

Extra aandacht voor onbevoegd voorschrijven

Vanaf 1 februari 2016 let de inspectie extra op onbevoegd voorschrijven van receptgeneesmiddelen (UR-geneesmiddelen). Daarbij kijkt de inspectie ook of instellingen het voorschrijven goed geregeld hebben en of individuele professionals de grenzen aan hun bevoegdheid naleven. De inspectie heeft namelijk geconstateerd dat de regels in de praktijk niet goed worden nageleefd. Dat leidt tot risico’s in de patiëntenzorg.

Meer over wie bevoegd is en wie niet, is te lezen in deze brief (pdf-bestand, 58 kB), die op 21 december 2015 is verstuurd naar instellingen, koepelverenigingen en belangenverenigingen in de zorg.

Naar boven