1. Home
  2.   Melden
  3. Melden van calamiteiten

Melden van calamiteiten

Calamiteiten moet u onverwijld melden bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Dat is vastgelegd in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) in artikel 11, 1e lid onder a. Hieronder vindt u een toelichting.

1. Hoe kan ik een calamiteit melden?

U kunt uw melding doen via het digitale formulier voor verplichte meldingen.

Om te kunnen inloggen in dit meldingenformulier heeft u een vestigingsnummer nodig. Dat is het nummer waarmee de vestiging waarover u wilt melden staat ingeschreven in het handelsregister. U kunt het vestigingsnummer vinden op de website van de Kamer van Koophandel.

Zorginstellingen en solistisch werkende zorgverleners moeten er zelf voor zorgen dat hun gegevens in het handelsregister juist en actueel zijn.


Naar boven

2. Wanneer is sprake van een calamiteit?

In de Wkkgz staat het als volgt omschreven:

"Een calamiteit, is een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de zorg en die tot de dood van of een ernstig schadelijk gevolg voor een cliënt heeft geleid".
Naar boven

3. Wat houdt onverwijld melden in?

Een calamiteit moet u binnen 3 werkdagen melden aan de inspectie. Als nog niet duidelijk is of er sprake is van een calamiteit dan heeft u 6 weken de tijd om te onderzoeken of een gebeurtenis een calamiteit is. Als gedurende dit onderzoek blijkt dat het gaat om een calamiteit, dan moet u dit binnen drie werkdagen na vaststelling daarvan aan de inspectie melden. Twijfelt u na 6 weken nog of de gebeurtenis een calamiteit was? Doet u dan alsnog een melding bij de inspectie. Een mogelijke calamiteit kan ook direct aan de inspectie gemeld worden. Meldt u niet of niet op tijd, dan loopt u het risico op een bestuurlijke boete. Meer informatie over het melden vindt u in de brochure ‘Calamiteiten melden aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg’ (pdf-bestand, 808 kB).


Naar boven

4. Wat gebeurt er nadat ik heb gemeld?

Na het digitaal melden van een calamiteit ontvangt u van de inspectie een automatische ontvangstbevestiging. Als de inspectie een rapport van u verwacht krijgt u hierover bericht. Voor het opstellen van een rapport is de Richtlijn calamiteitenrapportage opgesteld. Hiermee kunt u de calamiteit verder onderzoeken en rapporteren.


Naar boven

5. Hoe lang mag ik over mijn onderzoek doen?

Nadat u het meldingsformulier geheel heeft ingevuld en afgerond, krijgt u per mail een automatische ontvangstbevestiging. In deze ontvangstbevestiging kan de inspectie u vragen te rapporteren. Als dat zo is, is een termijn genoemd waarbinnen u moet rapporteren. U kunt de inspectie vragen om deze termijn te verlengen. Deze aanvraag moet u motiveren. Voorbeelden van een motivatie zijn:

  • Het gaat om een complexe casus die heeft plaatsgevonden in de zorgketen;
  • U moet deskundigheid van buitenaf inschakelen voor uw onderzoek.

Op basis van uw argumenten bepaalt de inspectie of een verlenging van de onderzoekstermijn akkoord is. U moet de aanvraag voor uitstel wel binnen de door de inspectie gestelde termijn hebben gedaan.


Naar boven

6. Wanneer is het onderzoek afgerond?

Het onderzoek wordt afgesloten als de inspectie van oordeel is dat:
1. er geen sprake (meer) is van een ernstige bedreiging voor de veiligheid van cliënten;
2. het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd;
3. de nodige maatregelen zijn getroffen.
U ontvangt hierover bericht.


Naar boven

7. Wanneer verricht de inspectie eigen onderzoek?

In principe verwacht de inspectie dat u de calamiteit onderzoekt. Toch kan de inspectie besluiten dit onderzoek zelf te doen. Bijvoorbeeld als uw onderzoek niet voldoet aan de eisen die de inspectie stelt. Ook kan de aard van de melding aanleiding zijn voor de inspectie om direct zelf met een onderzoek te starten. De inspectie informeert u als dit zo is en laat u weten wat dan de vervolgstappen zijn.


Naar boven

8. Moet ik alle gegevens van de zorgverlener(s ) die bij een calamiteit zijn betrokken, melden aan de inspectie?

Nee, tenzij u zich als bestuurder zorgen maakt over het functioneren van een of meer betrokken zorgverleners en u vindt dat de inspectie dit moet weten. Bijvoorbeeld als er sprake is van onverantwoord gedrag. Of als een zorgverlener eerder bij een gelijksoortige calamiteit betrokken is geweest. In dat geval vermeldt u de naam, contactgegevens en BIG-nummer van de betrokken zorgverlener. De inspectie kan de gegevens van de betrokken zorgverlener(s) later opvragen als zij dit belangrijk vindt voor het onderzoek.


Naar boven

Calamiteiten met overlijden in de ouderenzorg, gehandicaptenzorg en thuiszorg

Calamiteiten met overlijden in de ouderenzorg en gehandicaptenzorg            
Voor de ouderenzorg, gehandicaptenzorg en de  thuiszorg geldt een aparte procedure voor meldingen conform artikel 11 van de Wkkgz waarbij er sprake is van overlijden.

Bij deze meldingen moet de zorgaanbieder een externe onafhankelijke voorzitter aanstellen om het onderzoek te leiden. Dit bevordert de onafhankelijkheid van het onderzoek en kan het leervermogen van de organisatie versterken. Daarbij verwacht de inspectie dat de zorgaanbieder de nabestaanden actief betrekt bij het onderzoek en de onderzoeksrapportage met hen bespreekt.

De inspectie informeert de nabestaande schriftelijk over deze procedure. Daarbij bieden wij de nabestaande de mogelijkheid aan om contact op te nemen met de inspectie bij twijfel of de zorgaanbieder bereid en/of in staat is om goed en onafhankelijk onderzoek te doen.

Naar boven

Meer informatie